Registreren

*

*

*

*

*

*

Password vergeten?

*

Phylloxera

Daktulosphaira vitifoliae, beter bekend onder de oude naam Phylloxera vastatrix

De Phylloxera Vastatrix of Druifluis is een insect dat rond het einde van de 19e eeuw vrijwel de gehele wijnbouw in Europa en de nieuwe wereld bedreigde.

Herkomst

De kolonisten die vanaf de 16e eeuw de oostkust van Noord-Amerika bevolkten hebben vanaf het begin gepoogd wijn te verbouwen. Het klimaat moest wel goed zijn, tenslotte kwam er een wilde druif voor (Vitis Labrusca).
Wijn die hiervan werd gemaakt bleek echter niet drinkbaar dus al snel werden Europese wijnstokken van de Vitis Vinifera geplant. Geen enkele wijngaard met deze druiven overleefde lang genoeg om en goede wijnproductie op te bouwen, zoals later zou blijken omdat de luis die van nature voorkwam in het oosten van Noord-Amerika vernietigend was voor de Europese druiven.
Alleen hybriden – kruisingen met de lokale druiven – deden het goed, maar ook hier was de kwaliteit van de wijn bedroevend.

 

Ondergang van de wijnbouw?

Ook in Europa werd met Amerikaanse hybriden geëxperimenteerd. Omdat rond 1850 de eerste stoomschepen de overtocht enorm versnelden en de Amerikaanse planten sneller Europa bereikten, kreeg de Phylloxera de kans de reis te overleven.

In 1863 werd de besmetting voor het eerst beschreven door professor J.O. Westwood van de Oxford University. Hij had de luizen en blaarvorming op het blad gezien op druivenstokken in een kas in Hammersmith bij Londen.
Nog datzelfde jaar werd in Frankrijk gesproken over een onbekende druivenziekte waar twee wijngaarden in de Rhône door waren aangetast.

In eerste instantie werd er niet heel veel aandacht aan besteed, zelfs niet toen in 1867 de ziekte de kop opstak in Bordeaux. Keizer Lodewijk-Napoleon was druk bezig om Frankrijk op de wereldkaart te zetten met een nieuwe wereldtentoonstelling in 1868, het jaar daarop de opening van het door Frankrijk geplande Suezkanaal en de in 1870 dramatische verlopen krachtmeting met het Pruisen van Bismarck, waarbij Lodewijk-Napoleon in een paar weken tijd Parijs belegd zag en en passant verspeelde hij daarbij ook Elzas Lotheringen aan Duistland.

Cyclus
De phylloxera kent een complexe levenscycles met meerdere generaties. De eerste komt uit het winterei en tast in het voorjaar en zomer het blad aan.
Gedurende de zomer migreren veel larven naar de wortels om zich verder tot luis te ontwikkelen. Een deel van de luizen gaat in het najaar terug naar het blad om eitjes te leggen waar een mannetje en een wijfje uit voortkomen. Na bevruchting leggen de wijfjes een winterei.
Aangetast druivenblad De larven op het blad kunnen zich ook verder tot luizen ontwikkelen en zich ongeslachtelijk voortplanten. De generaties die hieruit voorkomen zijn schadelijk voor het blad, maar niet voor de plant of druif.

De wortelluizen tasten de wortels echter in die mate aan dat de druivenstok 3 jaar na de eerste besmetting is afgestorven.

Al met al weinig interesse dus voor een “paar dode wijnstokken van boeren uit het zuiden” en andere wijnlanden vaarden hier wel bij. Zo werden in Spanje veel nieuwe wijngaarden aangelegd om in de Franse behoefte naar nieuwe druiven te voldoen.

Vanaf de jaren ‘70 van de 19e eeuw greep hij overal om zich heen en werd het probleem langzaam maar zeker serieus genomen. 20 Jaar later was meer dan de helft van de wijngaarden in Frankrijk verwoest en dook de grote verwoester overal op: Portugal in 1871, een jaar later in Oostenrijk en Hongarije, Spanje werd in 1875 slachtoffer, twee jaar later was de eerste waarneming in Australië, en in 1886 in Zuid-Afrika.
Rond de eeuwwisseling knaagde het beestje aan de wortels van de wijnbouw over de gehele wereld.

Bestrijding

In 1868 waren Gaston Bazille en Jules-Emile Planchon samengekomen met een aantal wetenschappers om een aangetaste wijngaard bij Saint-Rémy te onderzoeken, letterlijk tot in de boden waar zij de luizen op de vernielde wortels aantroffen.
 
Meerdere personen hebben bijgedragen aan de uiteindelijke oplossing. Met name in Frankrijk, het land dat het hardst is getroffen, is met de meest uiteenlopende remedies geprobeerd de wijn voor de mensheid te behouden. Wijngaarden werden onder water gezet in de hoop dat het beestje zou verdrinken, levende padden werden bij de wortels van de wijnstokken begraven om “het gif er uit te trekken”, gas werd in de grond geïnjecteerd… sommige methoden hadden wel enig effect maar waren te duur om op grote schaal toe te passen.

In 1869 vermoedde ene monsieur Laliman dat de Amerikaanse druiven wel eens resistent zouden zijn. Een wetenschapper uit Montpellier, Gaston Fouex, zou dit later aantonen, en bij een congres in Beaune stelde Gaston Bazille voor om te enten. Daarbij wordt een wijnstok van de Vitis Vinifera vastgemaakt op de onderstok van een Amerikaanse druif. Gezien het wijngaardarsenaal een enorme klus...

In totaal had de Phylloxera crisis 40 jaar geduurd. Schattingen lopen uiteen: wereldwijd  zou tussen de 70% en 90% van de wijngaarden verloren zijn gegaan. Slechts enkele geïsoleerde gebieden, zoals Tenerife en Chili, hebben tot op de dag van vandaag nooit last gehad van deze boosdoener, maar het gevaar waart nog steeds rond.


Copyright (c) 2016 - Bonum Vitae
Lees hier over het gebruik van deze informatie


TOP