+31 (0)497 745 611 info@bonumvitae.eu

 

Elkington & Co.

Het begin

Portret van George Richards Elkington door Samuel West

Portret van George Richards Elkington door Samuel West

Al vroeg ging George Richards Elkington (1801-1865), zoon van een brillenfabrikant, in de leer in de zilverfabriek van zijn twee ooms, Elkington & Co, opgericht in 1815 te Birmingham.

Ze maakten voorname zilveren en silver-plate (gebruiks)voorwerpen. Zijn interesses en vaardigheden vielen op en leidden ertoe dat zijn ooms hem aanboden om partner te worden binnen het bedrijf.
Hij ging op dit aanbod in en werd uiteindelijk in 1836, nadat de tweede oom was overleden, volledig eigenaar. Hij bood zijn neef Henry Elkington (1810-1852) een partnerschap aan en veranderde de bedrijfsnaam in G.R. Elkington & Co.

Patent op Electro-plating (Galvaniseren)

Patent op Electro-plating (Galvaniseren)

Patent op het galvaniseren

Tot ongeveer 1840 kon men verzilveren door een laag zilver vast te walsen op een koperen plaat, bekend onder de naam Sheffield Plate. Dit proces was echter duur vanwege de hoge arbeidskosten. Dat maakte de producten ook alleen bereikbaar voor de rijkere mensen.

Hoewel de electrometallurgie nog in de kinderschoenen stond, hadden de Elkingtons al wel het idee dat hier de toekomst zat. Al enige tijd waren beiden Elkingtons aan het experimenteren om het proces van verzilveren te verbeteren en te perfectioneren. George betrok zijn vriend John Wright erbij. Deze zorgde voor een belangrijke bijdrage in het proces. Ook Alexander Parkes werkte mee. Hoewel deze laatste voor de Elkingtons werkte als leidinggevende van de gieterij, toonde hij veel interesse in dit proces.

De bezigheden van deze vier mannen zorgde ervoor dat het nieuwe proces van het galvaniseren van metaal met goud en zilver als eerste gestalte kreeg rond 1838. Deze ontwikkeling vond tegelijkertijd ook plaats elders in Europa, zoals in Italië, Frankrijk en ook Rusland. Het waren de Elkingtons’s die als eerste direct patenten namen op de techniek van electro-plating (galvaniseren), John Wright ontving hiervoor royalty’s.

Dit electro-plating verspreidde zich steeds verder binnen de industrie en er werden steeds meer licenties afgenomen in Engeland (Birmingham, London en Sheffield) maar ook in het buitenland; één van de eerste licentiehouders was Christofle & Cie in Frankrijk.

Verzilverde tazzas uit 1924Eerste nieuwe fabriek

Elkington fabriek in Newhall Street

Elkington fabriek in Newhall Street

In 1841 opende de Elkingtons de nieuwe fabriek ‘Elkington Silver Electroplating Works‘ in Newhall Street in Birmingham, een paar straten verder op van het Jewellery Quarter. Hier trof men een concentratie aan van bedrijven die allen te maken hadden met het produceren van juwelen; ruim 40% van alle in Engeland geproduceerde juwelen werden hier gemaakt. Rond 1850 werkte hier ongeveer 6500 mensen, op het hoogtepunt aan het einde van de 19e eeuw, waren dat er ruim 30.000.

In 1842 zorgt de investeerder Josiah Mason voor een flinke financiële injectie. De bedrijfsnaam veranderde in Elkington, Mason & Co. en hij wist de Elkingtons ervan te overtuigen om niet alleen het bestaande assortiment aan producten te maken, maar om deze voordelige techniek vooral verder uit te breiden naar dagelijkse gebruiksvoorwerpen als eet- en diencouverts en naar – in deze Victoriaanse tijd zeer populaire – imitatie juwelen. Deze producten werden hierdoor nu ook bereikbaar voor de gewone burger.

Dit zorgde voor een enorm succes! Rond 1880 telde de fabriek in Newhall Street 1000 medewerkers en er was inmiddels verder uitgebreid naar 6 fabrieken, waaronder in London.

Wereldtentoonstelling Crystal Palace

Elkington showroom in Birmingham rond 1880

Elkington showroom in Birmingham rond 1880

In 1851 waren de Elkingtons vertegenwoordigd op de sectie ‘Metalware’ van de beroemde Wereldtentoonstelling in het Crystal Palace te Londen. Wat zij daar tentoonstelden is terug te vinden in: ‘The Art Journal illustrated catalogue. The industry of all nations 1851. London, George Virtue, 1851

In 1885 realiseerde zij ontwerpen van Christopher Dresser (1834-1904) –  bekend ontwerper en spilfiguur in de Aesthetic Movement – te vinden in Elkington’s Silver and plated ware pattern-book.

Het bedrijf werd hofleverancier van zowel het Engelse Koningshuis als van andere Europese vorsten. Zo kregen zij in 1884 opdracht van het Engelse Koningshuis om een kopie te vervaardigen van de beroemde zilveren Jerningham wine cooler en in datzelfde jaar maakten zij een kopie van het dodenmasker van de dichter John Keats voor het British National Portrait Gallery.

Ook werden ze bekend met kwalitatief hotelzilver dat zij leverden aan hotels als The Piccadilly Hotel in London en aan spoorwegmaatschappijen, evenals de luxe gedeelten van de White Star Line vloot, waar ook de Titanic deel van uitmaakte.

Einde aan monopolie

Tegen het einde van de 19e eeuw verliepen de oorspronkelijke patenten waardoor een einde kwam aan de langdurige monopolie. Inmiddels had de industrie een enorme ontwikkeling ondergaan en er was nu een grote productie van electro-plating producten van vele andere fabrieken.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog stopte men tijdelijk met de productie en ging men over op koperraffinage. In 1955 werd dit deel een dochteronderneming van Delta Metals Group. Men werkte nog onder de naam Elkington & Co. van 1861 tot 1963, waarna het overging naar Britsh Silverware Ltd.

In de oorspronkelijke fabriek in Newhall Street in Birmingham werd in 1951 ‘The Birmingham Science Museum’ gevestigd. Deze werd gesloten in 1997 vanwege de slechte staat van het gebouw. Het museum is overgebracht en is sinds 2001 gevestigd in het nieuwe Millennium Point Complex in Birmingham.


Copyright (c) 2015 – Bonum Vitae
Lees hier over het gebruik van deze informatie


Bronnen: